Iedereen kan beamen dat uittredingen herinnerd kunnen worden, wat betekent dat onze hersenen de ervaring hebben geregistreerd en er hun ‘ding’ mee hebben gedaan. Ik vermoed mede daardoor dat de hersenen een groot deel van de ervaringen voor hun rekening nemen. Vooraleer dit vermoeden uit de doeken wordt gedaan is een korte schets van ons cerebrum noodzakelijk.
Cerebrum, voor de goede orde, is de Latijnse benaming voor onze hersenen. Alle delen van de hersenen hebben ofwel een Griekse ofwel een Latijnse benaming. Ik probeer de exotische namen zoveel mogelijk te omzeilen om de moeilijkheidsgraad van dit artikel te verminderen, maar je zult er niet helemaal aan kunnen ontsnappen.
Onze hersenen zien eruit als grote sappige walnoten en bestaan – zoals andere organen – uit ontzettend veel cellen. We mogen trots zijn op onszelf want de mens heeft de grootste hersenen van alle bekende diersoorten. We zijn inderdaad het ras dat het meeste piekert. Waterhoofden zijn we ook al, want 70% van de hersenen bestaat uit deze vloeistof. Dit is heel interessant want in Japan werd onderzoek gedaan naar de invloed van gedachtekracht op de moleculaire structuur van water. Die invloed is inmiddels bewezen door middel van microfotografie door de onderzoeker Masaru Emoto. Hij toonde aan dat water een geheugen heeft dat zich laat beïnvloeden door gedachten uit de omgeving. Wat dat voor onze hersenen kan betekenen is me nog onbekend. Het bevestigt misschien de vicieuze cirkel die pessimisten bewandelen of de euforische sferen waar een geboren optimist in vertoeft. Enkele foto’s van Emoto vindt u op deze pagina.
Zo’n 20% van alle zuurstof wordt gebruikt om de hersenen te laten werken, we zijn dan ook zwaar afhankelijk van de walnoot in ons hoofd. Het grootste fysieke onderscheid wordt gemaakt door de twee (bijna symmetrische) hersenhelften, die we hemisferen (=halfronden) noemen. De linkerhemisfeer stuurt onze rechterkant aan, de rechterhersenhelft stuurt de linkerkant van het lichaam aan. Het enige dat de beide helften verbindt is de hersenbalk, die men het corpus callosum noemt.
Ieder gebied in de hersenen staat garant voor andere functionaliteit. Zo is het limbisch systeem, dat vlakbij de hersenbalk ligt, een gebied dat onder andere onze emoties en het humeur regelt. Maar het zou te kort door de bocht zijn om te zeggen dat alleen het limbisch systeem daarvoor verantwoordelijk is, natuurlijk. Wat wel belangrijk is om te weten is dat onze emoties niets meer zijn dan holografische afdrukken die ontstaan zijn uit chemische stoffen op basis van verbindingen in de hersenen. Deze stoffen worden door middel van eiwitverbindingen (peptiden) door ons lichaam geslingerd. Er zijn aparte stoffen in ons brein voor liefde, boosheid, lust en verdriet. Kortom, alle emoties die mogelijk zijn hebben een chemische oorsprong. Deze stoffen worden vanuit de hersenen getransporteerd via de bloedbanen en het ruggenmerg om daarna bij hun doel aan te komen: een cel. Die kan zo’n duizend kleine ontvangertjes bevatten waar de uitgezonden peptiden terecht komen. De ontvangers in de cellen noemen we dendrieten, een cel kan er duizend en meer bevatten. Dit proces wordt in de film ‘What the bleep do we know’ prachtig visueel weergegeven. Verderop in dit artikel lees je meer over de dendrieten.
Het midden van de hersenen noemen we de thalamus. Dat centrale deel is onder andere verantwoordelijk voor onze motoriek, net zoals de hypothalamus die onder de thalamus ligt. We weten dat de hypothalamus óók verantwoordelijk is voor emoties, net zoals het limbisch systeem. Het houdt daar echter niet op, want de hypothalamus zorgt tevens voor ons bioritme, het bepaalt dus hoe we met geluid en licht omgaan. Onze hersenen en alléén onze hersenen bepalen de emoties en de slaap- en eetcyclus. Hoe hongerig een lichaam met knagende maag dus ook kan zijn, wanneer de hersenen deze prikkel niet ontvangen (of weigeren te ontvangen) dan zal er geen honger geleden worden.
Aan de hand van fossielen en vele onderzoeken op diverse creaturen weten we dat de hersenen bestaan uit verschillende delen. Het meest oppervlakkig kunnen we zeggen dat dit de voorhersenen, middenhersenen (=mesencephalon) en kleine hersenen (cerebellu m) zijn. De voorhersenen bestaan uit de hersenbalk, hersenschors en vier hersenkwabben per hersenhelft. Iedere kwab heeft een eigen instructieset en staat garant voor andere eigenschappen. Hoewel er overlappingen zijn in functionaliteit want ook de kleine hersenen zijn verantwoordelijk voor emoties, zo wees recent onderzoek uit. Dat is bijna vanzelfsprekend, want met strikt gescheiden functionaliteit binnenin de hersenen zouden we waarschijnlijk als bureaucratische robotten hebben gehandeld. Waren de hersenen zo transparant en rechtlijnig geweest dan hadden we al lang volledig begrip van de grijswitte massa en dat is niet zo. Meer dan 90% van wat we van de hersenen weten is de laatste 15 jaar aan het licht gekomen. En die 90% dekt lang niet de lading. We weten bijvoorbeeld pas sinds 2005 dat orgasmen bevorderlijk zijn voor de aanmaak van hersencellen. Voorheen dacht men dat er geen nieuwe cellen meer werden gemaakt na een leeftijd rond de achttien jaar. Significant detail: dit onderzoek gebeurde door masturberende mensen in een PET-scanner te plaatsen. De proefpersonen bewezen niet alleen zichzelf een dienst maar ook de wetenschap. We weten dankzij het experiment dat de hersenen een herstellend vermogen hebben. Dat geeft aan dat er weinig zekerheden zijn rondom de menselijke hersenen zolang we geen volledige inzage hebben.
De hersenen zijn geen instant product van de natuur, want doorheen de evolutie zijn ze uitgebreider geworden. Van transparante eenvoudige elektrische schakelingen bij primitieve diersoorten werden het ontoegankelijke supercomputers die ons mensenras nu plagen met allerlei fantasieën en fictieve – maar gevoelsmatig reële – schakelingen.
Dat de werking van primitieve hersenen noodzakelijk is om onze eigen versies te begrijpen wordt duidelijk dankzij de aplysia. De aplysia is een weekdier dat vaak wordt ingezet bij hersenonderzoek omdat de neuronen zo groot zijn dat ze nét niet waarneembaar zijn met het blote oog. Dankzij het veelvuldig stimuleren van de neuronen kon bepaald worden hoe het diertje omgaat met gewenning en sensitivering. Of eenvoudiger gezegd: dankzij de slakkensoort kregen we inzage in ons complexer neurologisch leerproces. We leerden hoe het geheugen werkt.
De voorhersenen zijn het nieuwst in het evolutionair proces. Primaire diersoorten hadden namelijk alleen middenhersenen en kleine hersenen. Deze twee gebieden noemen we de hersenstam. Doordat de voorhersenen, ook wel frontale hersenen genoemd, veel later zijn gekomen denkt men dat ze zorgen voor de hogere geestesfuncties en de mogelijkheid tot bewustzijn.
Het brein kr ijgt signalen vanuit de zenuwcellen in ons lichaam. De grote snelwegen van dit proces zijn het ruggenmerg en de bloedbanen die de hersenen verbindt met andere zenuwcellen. Zo’n communicatie verloopt niet altijd één op één want een zenuwcel kan in verbinding staan met duizend andere neuronen. Indirect zorgt dit voor een ontelbaar aantal variaties want de cellen hebben onderling ook invloed op elkaar. Wie het proces niet begrijpt spreekt dan algauw van onvoorspelbaarheid terwijl er feitelijk niets is dat méér getuigt van een grotere patroonmatigheid dan de hersenen. Zij zorgen namelijk voor de regelmatigheden in ons gedrag, voor de behoeftes, het aangeven van levensritmes (op velerlei niveau) of net het omgekeerde ervan. Dat doen ze in alle gevallen op basis van impulsen. Door middel van elektrische en chemische communicatie, zeer vergelijkbaar met een zender-ontvangersysteem, worden de signalen overgedragen van zenuwcel naar zenuwcel. Een cel ontvangt méér impulsen dan hij er stuurt. Dat valt te zien aan het grondplan van de zenuwcel op de begeleidende figuur. Iedere cel heeft een axon die impulsen verstuurt en meerdere dendrieten die ze kan ontvangen. De signalen tussen de cellen worden overgedragen in de synapsen van de cel. In de synaps vindt als het ware een handdruk plaats. Iedere cel heeft duizenden synapsen die zich opstellen als een chemisch en elektrisch democratisch proces. De ene synaps heeft een prikkelende werking op de cel, de andere een remmende. Op basis van het soort prikkeling wordt gekeken welkeen voorrang hoort te krijgen. Hoe vaker een prikkeling voorkomt, hoe sneller de impuls een volgende keer kan verwerkt worden. Zo ontstaan neurologische patronen die zich manifesteren als karaktertrekken of lichamelijke eigenschappen. Iedereen vormt dus een eigen wereld op basis van de prikkels of remmingen die worden ervaren. Voor elk van ons is de eigen wereld het equivalent van de realiteit. Er is geen reden om anders aan te nemen want wij ervaren niet anders. |